Verslag van een bezoek aan Buenos Aires

‘Op Ezeiza wordt gestaakt. Aerolineas Argentinas vliegt niet vandaag.’ Mijn eerste kennismaking met de Argentijnen. Nog voordat ik er voet aan land had gezet, voelde ik de neiging om hun nek om te draaien. Dat de Argentijnse samenleving een hoog stakingsgehalte kent wist ik eigenlijk al. Nu kon ik dat ook zelf meebeleven.

Een paar dagen later verlaat ik mijn appartement in de wijk Congreso. Op weg naar het centrum ben ik blij dat ik mijn slobbershirt nog net even verruild heb voor iets modieuzers en dat mijn haar in model zit. Op straat lopen omaatjes met hoge hakken en knalrode lippen, alsof ze hun beste levensjaren nog voor zich hebben liggen. In de Grand Cafés bestellen
porteños, zoals de inwoners van Buenos Aires genoemd worden, flessen champagne, ook al tikt de klok net na het middaguur. Dit is geen stad om in comfortabele maar weinig spannende toeristenoutfit rond te lopen.

Naar het centrum hoef je niet te gaan, had de uiterst hippe barman Josep – zwarte, perfect gemodelleerde haren, knalblauwe ogen, gescheurd t-shirt en skinny jeans – me gisteravond toevertrouwd. Behalve natuurlijk om de Dwaze Moeders op Plaza de Mayo te zien en het Roze Huis, waar Evita over het balkon hing en mensenmassa’s gek maakte. Maar ik ga toch, inderdaad voor het het balkon van Eva Peron en de Dwaze Moeders, maar ook om in het oudste café van de stad, Tortoni, de sfeer te proeven van sjiek Buenos Aires. Die van elegantie en smaak, die we verfilmd zagen in de Evita, in de scenes dat Madonna met haar rode lippen de feestjes van hoogeplaatste Argentijnen aandeed. En de sfeer van netkousen en hoge hakken: de tango. Tortoni is een legende. Het Grand Café is stijlvol ingericht met marmeren tafeltjes en donkere houten stoelen. De muren hangen vol met portretten van beroemde en minder beroemde
porteños. Binnen is het altijd druk: Argentijnen ‘op stand’ en toeristen zitten overdag aan enorme koppen cappuccino en gebak, terwijl ‘s avonds de flessen champagne op tafel komen. Dan vullen tangoconcerten de ruimte.

Tango is de belangrijkste culturele trekpleister van Buenos Aires. Hier werd de dans geboren en hier zijn elke middag en avond milonga´s te vinden. Op uitnodiging van een tangopaar ga ik later die middag mee naar zo´n milonga. Het is net na lunchtijd, maar de zaal zit bomvol. Met ouderen welteverstaan. Ik schat de gemiddelde leeftijd op 60 plus en verbaas me over de flexibiliteit waarmee de mannen de vrouwen – bij wie de tijgerprint absoluut mode is - de zaal door tango-en. Mijn blik blijft rusten op een elegant geklede oudere man met zijn duidelijk jongere prooi. ´Als je drie keer met dezelfde persoon danst, betekent dat vrijwel altijd dat er meer in zit´, fluitert een van mijn chaperones me in. Sensuele blikken worden uitgewisseld en mijn gedachten gaan uit naar mijn grootouders. Maar die spelen waarschijnlijk liever een potje bridge.

Een paar dagen later heb ik een afspraak met een fotografe in de wijk Palermo. De taxichauffeur vraagt raak. Waar kom ik eigenlijk vandaag? Ah, Nederland, nou hij kent Maxima wel, of ik die ook ken. Wat nou Argentijnse arrogantie? Hij lijkt oprecht geïnteresseerd. Waar ik
hincha van ben? Hmm, dat zoek ik even op in mijn woordenboek. ‘Che, ik weet het niet’, moet ik tot mijn spijt toegeven: ik ken hier geen voetbalclubs.’ De taxichauffeur knikt. Einde gesprek. Om voetbal kan in Argentinië niemand heen. In de show van Max, een buitengewoon populair televisieprogramma, wordt aan vierjarige opgetutte meisjes die komen optreden gevraagd waar ze hincha van zijn. En geen kleine gast die niet vol overtuiging de naam van zijn of haar voetbalclub schreeuwt.

Eten is nog zoiets waar de Argentijnen van houden. Buenos Aires is een walhallah aan hippe eettentjes, uitgebreide fastfoodketens, bezorgdiensten – zelfs de Burger King komt hier voor nog geen euro extra aan huis - en natuurlijk die fameuze
parrilla. En dat zijn nog eens maatstaven. Het is twee uur ‘s middags, lunchtijd, en fotografe Catalina Giraldo, inwoonster van Palermo, weet wel waar ze me mee naartoe moet nemen.
In de wijk barst het van de eettentjes. Moderne, strak ingerichte sushibars, kleurige Mexicaanse restaurants en
loungy Arabische eetgelegenheden. Buenos Aires heeft zich in rap tempo aangepast aan wat ‘in’ is in Europa. Want wat hip is in Europa is immers ook ‘in’ in Argentinië. Ze gaan prat op hun Europese afkomst - de immigratie van Spanjaarden, Italianen en Duitsers gaven Buenos Aires haar multiculturele karakter - en verfoeien de Amerikanen bij elke gelegenheid die zich voordoet. Vooral Italiaanse invloeden zijn onmiskenbaar in de samenleving aanwezig en dat gaat verder dan het Italiaanse accent van de Spaanssprekende Argetijnen. Zo kunnen we op Plaza Serrano frieten op z´n Italiaans eten: complete met mozarellakaas, tomatensaus en oregano.

Vandaag wordt het
Sigue la vaca, Volg de Koe. Geen naam om stijlvol tafelen mee te associëren, maar ik begrijp al gauw dat dat ook niet direct Catalina’s bedoeling is. Dit is een all you can eat. En niet eentje met drie soorten half koud geworden vlees, twee verschillende salades, friet, rijst en oud brood. Nee, hier moet het vlees bij de parrilla worden opgehaald (je mag zelf de lekkerste stukken op de grill aanwijzen) en voor alle overige gerechten worden we naar een enorme salade slash hapjesbar verwezen. Bovendien krijgen we voor de ruim zes euro die we voor de maaltijd moeten neerleggen ook nog een fles wijn (ja, een hele per persoon) en een toetje.

De Argentijnen hebben moeilijke jaren achter de rug. Met de crisis van 2001 werd duidelijk dat hier te graag op te grote voet geleefd werd. De economie denderde in elkaar en dus ging bij de meesten de knip op de portemonnee. Winkels, restaurants, bars: de omzet bleef uit en één voor één sloten zaken hun deuren. Langzaam gaat het met het land weer wat beter en komt het zelfvetrouwen terug. Er kan en mag weer geleefd worden.

Catalina verteld over haar wijk,
the place to be. De buurt is verdeeld in Palermo Soho en Palermo Hollywood en is voor de porteños wat de Jordaan is voor Amsterdammers: hip en trendy gaan samen met het authentieke gevoel van een typische stadswijk. Designwinkels schieten de laatste paar jaar als paddestoelen uit de grond en hetzelfde geldt voor bars en restaurants. Er worden zelfs speciale plattegronden gedrukt zodat de echte orginaliteitsjager geen enkele hotspot hoeft te missen.

‘Het is de enige plek in deze miljoenenstad waar het soms rustig is op straat. Waar de mensen op een zonnige dag op een terrasje een
cerveza nuttigen, zonder overstemd te worden door constant toeterende auto’s. Hier zijn parken te vinden en staan de straten vol bomen. En hier verzuip je niet tussen de torenhoge kantoorgebouwen.’ Haar beredenering klinkt aannemelijk. Ik denk aan de commerciële wijk Once, waar mensen als mieren op een mierenhoop krioelen. En de drukke Avenida Corrientes, waar op een bewolkte dag de uitlaatsgassen zo in je luchtwegen terecht lijken te komen. Of de toeristische trekpleister La Boca, waar het authentieke Buenos Aires verloren is gegaan door schreeuwerige obers en net iets te fanatiek dansende tango-paren.

Weekend. Het plein tussen Palermo Soho en Palermo Hollywood, Plaza Serrano is afgeladen vol. Op straat verkopen alternatieve Latino’s hun zelfgemaakte marihuanapijpen. De kraampjes midden op het plein zijn gevuld met t-shirts met orginele opdrukken, psychodelic poppen en biologische zeepjes. In de restaurants romdom zijn tafels en stoelen aan de kant geschoven om plaats te maken voor kledingrekken. Hier proberen jonge ontwerpers iedere zaterdag en zondag hun zelfgemaakte kleding aan de man te helpen. Sinds de crisis is die mode voor ons ook nog eens lekker betaalbaar. Een ontwerpster: ‘Argentijnen zijn orgineel. Ons land staat bekend om pakkende reclamespots en dat werkt ook door op andere terreinen, zoals de mode. Bovendien zijn we overgevoelig voor uiterlijke verzorging, dus die combinatie wil wel.’

‘Tja, Argentijnen vinden hun uiterlijk veel te belangrijk’, vertelt de enigzins mollige Catalina. Inderdaad barst de stad van de schoonheidsklinieken en anorexia is al jaren een groot probleem. Wil je na je dertigste nog meetellen, dan kun je beter eerst even onder het mes. Barman Josep bevestigt dat later: ‘Ik doe er zelf niet aan mee hoor’, zegt hij snel. Maar hoe vaak er aan mij niet gevraagd is waar ik mijn neus heb laten doen.’

Maanden later zit ik in het vliegtuig – dit keer werd er niet gestaakt – te bladeren door het maandblad van Aerolineas Argentinas. Nu pas vallen al die advertenties voor plastische chirurgie mij op. En hoewel ik me liever niet laat opereren, denk ik met weemoed terug aan mijn Argentijnse avontuur. En eindelijk begrijp die bekende tango ‘Mi querido Buenos Aires’, want ook ik ben van Buenos Aires gaan houden.


ANNEBETH VIS